Limerick begon rond 812 als Vikingnederzetting op een eiland in de Shannon, de langste rivier van Ierland, op een punt waar het getijdenestuarium smal genoeg is om te overbruggen en te verdedigen. De Anglo-Normandiërs namen de plek in de twaalfde eeuw in. In 1197 gaf koning Jan Limerick een oorkonde met dezelfde rechten als Dublin en het recht een eigen burgemeester te kiezen, een privilege dat de stad in een of andere vorm sindsdien heeft. Zijn naam hangt nog aan King John's Castle, tussen 1200 en 1210 aan de Shannon gebouwd als vesting om het Gaelische westen te controleren.
Het bekendste monument is geen gebouw maar een blok kalksteen: de Treaty Stone, waarop het Verdrag van Limerick in 1691 na het tweede beleg zou zijn getekend tussen Williamitische en Jacobitische troepen, waarmee de Williamitische Oorlog in Ierland eindigde. Dat verdrag gaf Limerick de bijnaam Treaty City. St Mary's Cathedral, gesticht in 1168, staat nog in het zicht van het kasteel, in een compact middeleeuws kwartier langs de oever.
Armoede en veerkracht van de stad in de twintigste eeuw staan in Frank McCourts memoires Angela's Ashes, gesitueerd in de huurkazernes van de jaren dertig en veertig. Het Limerick van nu is bekender om rugby. Thomond Park, thuisbasis van Munster Rugby, vult zich op wedstrijddagen met rode shirts. Die sportieve identiteit zit minstens zo diep als de literaire.
Met iets meer dan 102.000 inwoners is Limerick de derde stad van Ierland, maar de Shannon bepaalt de identiteit onevenredig sterk: een werkende rivier die het middeleeuwse kasteel mogelijk maakte, de verdragsonderhandelingen droeg en nog door een compact centrum loopt waar Viking-, Normandisch en modern Ierland binnen een paar straten bij elkaar liggen.