Galway ontstond als vissersnederzetting waar de Corrib de zee bereikt. De middeleeuwse geschiedenis hangt samen met veertien koopmansfamilies, onder meer Lynch, Blake, Bodkin en French, die de stad bestuurden nadat een oorkonde van Richard II uit 1396 hun het burgerlijk gezag gaf. Daaruit komt de bijnaam City of the Tribes. Hun handel keek naar zee, niet naar Dublin: schepen uit Galway voeren naar Cádiz en Lissabon, en de Spanish Arch, in 1584 in de stadsmuur gebouwd, markeert die Iberische band nog.
Die handel met Spanje en Portugal gaf ook het Latin Quarter zijn naam, het kluwen middeleeuwse straatjes van de Spanish Arch naar St Nicholas' Collegiate Church, nu met zelfstandige winkels, pubs en straatmuzikanten. Net voorbij de boog ligt Claddagh, ooit een apart vissersdorp met rieten daken en een eigen koning, en de plek van de Claddagh-ring, met gekroond hart en gevouwen handen, een teken dat ver buiten Ierland bekend is.
Galway is de enige officieel Ierstalige stad van het land, aan de rand van de Gaeltacht van Connemara. Die tweetalige identiteit speelde mee in het jaar als Europese Culturele Hoofdstad in 2020, pas de derde Ierse stad na Dublin en Cork. Ongeveer een kwart van de inwoners is buiten Ierland geboren. Dat zie je bij de muzikanten in Shop Street en in het festivalprogramma, van het Galway International Arts Festival tot het Oyster Festival in de herfst.
Galway kijkt naar de Atlantische Oceaan, niet naar de Ierse Zee: een compacte stad van ongeveer 80.000 mensen die handel, muziek en identiteit altijd op zee en het continent richtte, en die nog dezelfde naar buiten gerichte houding heeft als de stammen zes eeuwen geleden.